vrijdag 20 oktober 2017

Whats in a name?

Shakespeare zei het al: ‘Whats in a name.’
Dat las ik vanmiddag en toen ging er zo’n lampje boven mijn hoofd branden: IK WEET WAAR MIJN VOLGENDE COLUMN OVER GAAT!
Over namen in boeken, en het drama dat daar soms bij komt kijken. Vooral als je zo dom bent als ik.

Het moeilijkste en meest vervelende deel van het schrijven is altijd mijn personages een naam geven. We hebben er allemaal één (of meer…) maar toch blijft het vreselijk. Alle namen die ik opschrijf klinken te gemaakt, of vergezocht, of passen gewoon niet. Ik trek een babynamenboek uit de kast en ga met mijn vingers langs de letters. Pas bij de K denk ik: ‘Ja! Dat is hem!’
 Ik noem hem Kai. Ja. Mooie naam, past goed bij hem, gelukkig. En het meisje noem ik Inge. Gewoon, omdat Inge mijn vriendin is en me ooit eens vroeg waarom ik nooit over een ‘Inge’ schreef. Toen het verhaal af was, en Inge toch niet helemaal zo’n leuk persoon was als mijn vriendin, besloot ik dat ik haar een andere naam zou geven. Iets dat past bij zo’n kreng.  Inge zou toch Alice worden. Ik opende woord en koos ‘Vervangen’.

Ik typte ‘Inge’ en klikte op ‘vervangen door.’ Tot zover nog niets aan de hand, maar in plaats van alles handmatig te wijzigen, dacht ik dat het sneller zou gaan om het in één keer te doen. Dus wijzigde ik in het hele boek de naam Inge naar Alice. Stúkken beter. Tot ik de dag erna mijn bestand nog eens teruglas en me realiseerde dat ik een grote fout had gemaakt.

‘Ik grijp de microfoon en begin te zAlice’
Huh?
‘Het zag er zo lekker uit dat ik me niet kon bedwAlice.’
Nou ja, wat is dit nou?
‘Hij was zo iemand die de hele dag met zijn vAlicers knakte.’

Pas dan merk je hoeveel woorden er zijn waar de naam INGE in voorkomt. Dit keer moest ik op zoek naar Alice en overal waar Alice niet hoorde, haar weer vervangen door Inge.  Sindsdien kijk ik echt wel vier keer, of een naam niet in meer woorden voorkomt, en vervang ik namen altijd handmatig. Toch blijft namen geven een van de lastigste dingen van het schrijven voor mij.

Die mooie sexy man met dat gespierde lichaam en die blauwe ogen, die kan ik geen Geert noemen. De Griek ook geen Jan, en Hetty is ook niet dat jonge meisje dat op zoek naar avontuur gaat.
Ik ken een Pieter, mijn leeftijd. En dat is toevallig een eikel. Ik noem mijn personage dus al geen Pieter, ook al is hij van mijn leeftijd, omdat in mijn hoofd Pieters eikels zijn. Maar er is vast ook wel iemand die mijn boeken leest die een Kai kent, die echt een ezel is. Zonder dat we het ons realiseren vormen we al een mening over een personage als we alleen zijn naam lezen.

Op dit moment lees ik een boek van Maya Banks. Nou en? Leuk toch? Ik hoor het je denken. Maar dat mens heet dus ‘Evangeline.’ Hoeveel moet je als auteur gezopen hebben als je je personage opzadelt met zo’n naam.  Oké, buitenlandse auteur, dus ik begrijp dat ze niet voor ‘Miranda’ of ‘Tamara’ kiest, maar er is vast wel iets beters te verzinnen dan ‘Evangeline.’ Niet alleen is het boek vreselijk, maar vanaf het begin had ik ook al een hekel aan haar, terwijl ze misschien best een leuk mens is.

En ook niet alle Tamara’s zijn van die rare, chaotische, gestoorde vrouwen trouwens 😉


Tamara Haagmans



Geen opmerkingen:

Een reactie posten