dinsdag 17 januari 2017

Naar huis - Harlan Coben

Auteur:
Harlan Coben
(januari ’62) is de eerste auteur die alle grote Amerikaanse thrillerprijzen op zijn naam schreef. Zijn boeken zijn wereldwijde bestsellers. In 1990 verscheen zijn eerste thriller. Hij schrijft stand-alones en thrillers over zijn vaste personage Myron Bolitar en diens familie. Coben woont in New Jersey met zijn vrouw en vier kinderen.


Cover:
Een interessante cover. De naam van de auteur toch wat speels op de cover. Daaromheen regendruppels en onderin zie je in een zijspiegel van een auto een jongetje zitten. Is dat die jongen die al 10 jaar vermist wordt? Vanwege de cover zal ik het boek zeker oppakken.


Het verhaal:
De jongen die al tien jaar wordt vermist staat opeens recht voor hem…
Een decennium geleden werden twee zonen van twee welgestelde families ontvoerd. Er werd losgeld geëist, maar sindsdien is er niets meer van de jongens vernomen. Geen enkel spoor is er van hen terug te vinden.
Tien jaar lang hadden hun families niets dan pijnlijke herinneringen en hoopten ze radeloos op de dag die nu eindelijk aanbreekt: Myron Bolitar en zijn zakenpartner Win denken dat ze een van de gekidnapte jongens hebben gevonden. Waar is hij al die tijd geweest en wat kan hij zich nog herinneren van die cruciale dag? En misschien nog wel belangrijker: wat kan hij Myron en Win vertellen over het lot van zijn nog altijd vermiste vriend?


Mijn mening:
Van Harlan Coben ben ik eigenlijk al gewend dat hij heerlijke spannende thrillers kan schrijven en dat heeft hij dit keer weer gedaan. Als je nog niks van deze schrijver hebt gelezen zal ik het zeker aanraden om het toch eens te proberen.

Naar huis is van de serie rondom Myron Bolitar. Inmiddels deel 11 al, maar ik vind dat je ze zeker los van elkaar kunt lezen.
De schrijfstijl vind ik heerlijk. Hij kan zo mooi beeldend schrijven dat je echt in het boek zit. Niet alleen de acties laat hij goed naar voren komen. Ook de kleine details laat Coben goed naar voren komen.
Dit was ook zeker weer een ontzettend spannend boek. De actie begint al snel en je voelt de spanning van het begin tot het eind van verhaal. Wel voelde ik in het laatste hoofdstuk aan hoe het af zou lopen, maar toch kwam het in het totaal als een aangename verrassing. Tussen de spanningen door laat de auteur ook nog wat humoristische citaten tussen de regels vallen.

Big Cyndi’s make-up was doorgelopen, zodat haar gezicht er nu uitzag als een doos vetkrijtjes die te dicht bij de kachel heeft gestaan.

Het boek wordt verteld uit de hoofdpersonages Myron en Win. Ze wisselen zich goed af. Echt inleven gaat niet in deze personen, maar je zit gewoon in het verhaal. Je bent er eigenlijk gewoon bij als toeschouwer en zo beleef je ook het gehele verhaal tot het eind.

Harlan Coben heeft weer een verschrikkelijk goed verhaal neergezet. Ik heb nog niet alle boeken van hem gelezen dus ik heb nog genoeg te lezen van hem.

Plot: 5
Schrijfstijl: 5
Leesplezier: 5
Originaliteit: 4
Psychologie: 4
Spanning: 4


Naar huis krijgt van mij 4,5 sterren.


Brenda







De eerste werkweek zit erop.

Copyright: M. Bakker
Het was wel een kleine tegenvaller, na twee weken vakantie dan weer elke ochtend de wekker om 06:00 horen zingen (All the Kings – Editors, want met Tom wakker worden is dan tenminste niet zo zwaar). Na alle nieuwjaarshandjes geschud te hebben zit je al snel weer in je werkritme, alsof je geen enkele dag vrij hebt gehad.

En toch mis ik dan mijn bankje, mijn deken, mijn heerlijke koffie en bovenal mijn leesvoer.
Deze week bestond eerst uit het lezen van 2 halve manuscripten. Heel interessant om dit ook eens te doen, en ik ben dan ook echt benieuwd of er uiteindelijk een boek van gemaakt wordt.

De voorbereidingen van de eerste leesclub waren ook al in volle gang. Het boek Nirwana van Terrence Lauerhohn wordt onder de loep genomen door 6 mensen in de leesclub. Halverwege de week zijn de boeken op de bus gedaan en zijn we inmiddels al gestart met onze eerste bevindingen weer te geven, hierover volgende week meer. Ik geniet (misschien niet het juiste woord voor het verhaal) maar zeker van de schrijfstijl van de auteur.



Nu gestart in Diabolik van Tom Thys, een verhalenbundel, waarvan de eerste twee verhalen alweer een brede glimlach op mij gezicht laten verschijnen. Ook hier druipen de lugubere scènes uit het boek en ik vraag me soms af, ben ik dan wekelijk zo een sadist dat ik hiervan kan genieten? Maar ach de schrijver die het verzint zal ook wel eens af en toe achter zijn oren krabben als hij zijn eigen verhaal terugleest.

Inmiddels groeit op de achtergrond het stapeltje met de nog te lezen boeken. De week nog heerlijk afgesloten met het verlaat etentje met mijn kids afgelopen zondag, alvast naar een open dag van de school ‘de rooi pannen’ geweest met mijn jongste dochter, die waarschijnlijk voor kok wil gaan studeren. Dus dat worden binnenkort kookboeken lezen...

Nog 6 weken en dan weer vakantie, ik kijk er naar uit!


Daniëlle

maandag 16 januari 2017

Lawinegevaar - Suzanne Vermeer

Titel: Lawinegevaar
Auteur: Suzanne Vermeer
Uitgeverij: A.W. Bruna Uitgevers
312 pagina’s

Over de schrijfster:
Suzanne Vermeer is het pseudoniem van de in juni 2011 overleden auteur Paul Goeken. In overleg met zijn familie is besloten om de boeken van Suzanne Vermeer voort te zetten. All Inclusive (2006) was het eerste boek op naam van Suzanne Vermeer en werd meteen een bestseller. Ook voor de volgende boeken waren de reisbranche en het toerisme het uitgangspunt en inmiddels is dat het unieke handelsmerk geworden voor deze ijzersterke zomer- en winterthrillers. Alle titels zijn in de bestsellerlijst verschenen. Cruise werd in 2010 genomineerd voor de NS Publieksprijs en Noorderlicht in 2012. In november 2016 is de nieuwe winterthriller Lawinegevaar, verschenen. In 2017 verschijnt Het paradijs.
Bron: www.bol.com

Achterflap:
Chantal Donkers breekt definitief door als strafrechtadvocate na het winnen van een zaak die vol in de aandacht van de media staat. Ineens hoort ze bij ‘de groten’ en is ze een graag geziene gast in nieuws- en actualiteitenprogramma’s. Dat de roem ook een keerzijde heeft, ontdekt ze als ze te maken krijgt met een stalker. Om even te ontsnappen aan alle stress en drukte, boekt Chantal een skivakantie naar Zwitserland met haar vriend Niels. Maar een week voor vertrek gaat ’s avonds de deurbel. Er staat een klein meisje op de stoep dat beweert de dochter te zijn van Chantals jongere zus Amber. De zus met wie ze al ruim tien jaar geen contact meer heeft. Het meisje stelt zich voor als Fenna en stapt naar binnen met de woorden: ‘Mama zegt dat ik bij jou veilig ben.’

Wat ik van dit boek vind:
De cover is een typisch ‘Suzanne Vermeer’ boek. Auteursnaam in een groot lettertype en de titel in kleur. Hij laat tevens een skiër zien die achtervolgd wordt door een lawine. Het is een prima weergave van het boek.

In Lawinegevaar maken we kennis met Chantal Donkers, strafrechtadvocate. Op het eerste oog heeft zij haar zaakjes prima in orde. Ze heeft een leuke vriend, een koophuis en ze heeft net een zaak gewonnen die vol in de aandacht van de media is geweest. Echter, niet iedereen is blij met het winnen van deze zaak. Ze krijgt te maken met een stalker. Als de stalker wel heel dichtbij komt, besluit ze samen met haar vriend Niels een skivakantie te boeken naar Zwitserland. Maar dan staat ineens haar nichtje Fenna voor de deur. Met een rugzakje, maar zonder ouders.

‘Mama zegt dat ik bij jou veilig ben.’

Chantal wordt voor het blok gezet om voor Fenna te zorgen. Dit gaat niet zonder slag of stoot maar met zijn drieën kunnen ze de wereld aan. Ze gaan toch op skivakantie. Chantals hoofd loopt over van twijfel. Respecteert ze de wens van haar zus Amber of gaat ze op zoek? En welke gevolgen heeft haar keuze?

De boeken van Suzanne Vermeer zijn over het algemeen vermakelijke boeken zonder heel hoogstaand niveau. Ik categoriseer ze als vakantieboeken, lekker voor tussendoor. De hoofdstukken zijn niet al te lang en de schrijfstijl is vlot en makkelijk leesbaar. Lawinegevaar is daar geen uitzondering in. Ik ben wel van mening dat er meer uit dit verhaal te halen viel. Het verhaal op zich is namelijk best goed en ook het plot is best verrassend. Het verhaal begint alleen wat traag (wanneer komt die sneeuw nu?) en het plot wordt naar mijn idee afgeraffeld waardoor ik vond dat er over best belangrijke dingen werd heen gewalst. Sommige hoofdpersonen maken in het boek een ontwikkeling door die ik als minder prettig heb ervaren. Ik ging mensen irritant vinden. En dat zorgde er helaas ook voor dat ik al redelijk snel doorhad waar het verhaal naartoe ging. Jammer, want er had echt meer ingezeten.

Waardering:
Plot: 4
Schrijfstijl: 3
Originaliteit: 4
Psychologie: 3
Leesplezier: 3
Spanning: 3

Ik geef Lawinegevaar 3 sterren.


Leontine

Bekijk op bol.com

Brenda's leesmaand

2017 is dan eindelijk begonnen. Weer een nieuw jaar met nieuwe uitdagingen, nieuwe ontmoetingen en natuurlijk veelbelovende boeken die uit gaan komen.

Afgelopen anderhalve maand heb ik voor mijn doen aardig wat gelezen. Zo heb ik Naar huis van Harlan Coben gelezen. Ik kan niet anders zeggen dat het weer een goed verhaal was over de hoofdpersoon Myron Bolitar. Ik hoop nog veel over deze personage te mogen lezen.
Vervolgens deed ik mee met de leesclub van Thrillerlezers liep. We lazen toen Het Amazoneconflict van Ad van de Lisdonk. Wat zat in dat verhaal een snelheid. Actie, spanning en sensatie zou ik bijna zeggen. Zelfs nadat ik het uit had kon ik het verhaal nog niet loslaten. Wel miste ik soms informatie die in voorgaande twee delen beschreven waren. Ik kan zeggen het boek is het lezen waard, maar begin wel bij deel 1.

Vervolgens begon 2017 en vind ik het leuk om te tellen hoeveel boeken ik per jaar lees. De teller was in 2016 gestopt op 37 en mijn uitdaging wordt 50. Dit houdt niet in dat ik persé dit getal wil halen. Mijn achterliggende gedachte is meer dat ik hierdoor juist meer tijd voor mezelf vrijmaak. We hebben het altijd maar druk met werk, huishouden en alle andere verplichtingen. Door meer te gaan lezen wil ik eigenlijk meer me-time. We zullen eind van dit jaar zien of dit gelukt is.

Ik ben begonnen met een kleintje en dat is Aan de goede kant van de 30 van Saskia Noort. Het is een verzamelboekje van de columns en artikelen die Saskia heeft geschreven voor Marie Claire en Viva. Ik vond er zeker leuke stukjes tussen zitten. Waarschijnlijk komt dat doordat ik in dezelfde leeftijdsfase zit als de teksten zelf. Je herkent situaties en dat is best grappig. Mijn mening: ben je rond de 35 dan zal dit boekje leuk zijn.

Vervolgens heb ik het boek Vermoord uit Wraak van J.D. Robb gelezen. Eerste kennismaking van deze auteur en is me zeker goed bevallen. Een moordenaar die met cryptische raadsels over de moorden verteld aan de politie. Alleen de politie kwam elke keer net te laat. Eve Dallas is inspecteur en wordt elke keer gecontacteerd door de moordenaar. Al snel wordt duidelijk dat de moorden te maken hebben met het verleden van haar eigen man. Goed in elkaar gezet.

Nu ben ik een manuscript aan het proeflezen waar ik niks over kan zeggen en hierna moet ik nog kiezen wel boek het gaat worden om te lezen. Af en toe best lastig. Hebben jullie dat ook weleens? Niet kunnen kiezen welk boek je nu gaat lezen vanwege nog een hele stapel die je allemaal wil lezen? Luxe dilemma noemen we het maar.

Tot volgende maand weer!


Groetjes Brenda

Nieuwe Paula Hawkins in mei



Eindelijk is de nieuwe titel bevestigd van Paula Hawkins, auteur van het wereldwijde fenomeen Het Meisje in de Trein. Het boek gaat Into the Water heten en wordt beschreven als een ‘verslavende psychologische thriller, over de ongrijpbaarheid van de waarheid en over een familie die in geheimen verdrinkt’.

De verwachting is dat deze titel definitief Hawkins’ naam zal vestigen als de belangrijkste auteur van psychologische thrillers van dit moment.
 
“Dit boek zat er al enige tijd aan te komen,” verklaart Hawkins. “Er is voor mij iets onweerstaanbaars aan de verhalen die we onszelf vertellen, de manier waarop stemmen en waarheden bewust of onbewust verborgen kunnen worden, herinneringen weggevaagd worden en hele geschiedenissen bedolven. Pas toen twee zussen ten tonele verschenen, begon het verhaal echt vorm te krijgen.”

zondag 15 januari 2017

Rummikub, kort verhaal door Marja West

Rummikub

‘Je moet een joker vervangen, je mag hem niet losmaken uit het spel.’ Vanonder twee fanatiek vertrokken wenkbrauwen werd ik aangekeken door Harry, mijn buurman.
Die regel kende ik niet. Nu kende ik geen enkele Rummikubregel; een gebrek aan kennis die ik decennialang met trots had gedragen. Maar op 31 december 2016 om dertien minuten over negen werd ik wijzer gemaakt dan ik wilde. We waren halverwege de vijfde partij toen ik dus plots gekend werd in het bestaan van deze regel.
‘Kijk.’
Alsof ik om een uitleg had gevraagd.
‘Hij ligt voor een tien en alleen daarvoor mag je hem inruilen. Je kunt niet aan het begin van de rij iets toevoegen om dan de joker weg te pakken.’
Ooit speelde ik jarenlang verplicht patience op zondagmiddag, met mijn schoonmoeder. Telkens als ik dreigde te winnen, wijzigde zij de spelregels. De allerlaatste partij verloor ze. Inmiddels is ze overleden. Een nostalgisch gevoel kroop omhoog. Het was zestien minuten over negen en er stonden nog acht stenen op mijn plankje. Ik ging aan de slag met de setjes die op tafel lagen.
‘Je moet wel onthouden hoe alles lag, voor als het niet lukt.’ Harry’s duim veegde poedersuiker uit zijn mondhoek.
De houtkachel knetterde.
Het was achttien minuten over negen.
Voor mij stond een schaal koud geworden oliebollen van bedenkelijke kwaliteit. De poedersuiker had zich tot een glazuurlaag ontwikkeld en onder de bollen vormde zich een plasje vet van dezelfde kleur als het eikenhouten dressoir dat de woonkamer domineerde. Stoïcijns ging ik verder met spelen.
‘Weet je zeker dat je iets kwijt kunt?’
Spuit elf naast mij ging zich er ook mee bemoeien. Harry noemt haar Hondje, ik meestal Buuv en zij stelt zich doorgaans voor als: Tien. Tiny is zo ouderwets, vond Tien.
Ik knikte. ‘Vast.’
Na drie minuten stond er nog één steen op mijn plankje. Nog voordat ik goed en wel een tweede blik op de tafel had kunnen werpen om te zien of ik ook die nog ergens aan kon schuiven, legde Harry triomfantelijk zijn laatste neer.
‘Uit.’ Zijn wenkbrauwen ontspanden zich. Genoegzaam klemde hij twee handen om de tafelrand en kantelde vervolgens zijn stoel op twee poten. ‘Nog een potje?’
Voordat ik antwoord kon geven draaide Buuv de Rummikubsteentjes om. Harry greep een koude bol van de schaal. Als hij hem door de kamer zou keilen, kostte het ongetwijfeld een van zijn dubbele ramen, maar Harry gooide hem niet door de kamer, hij stak hem tussen zijn tanden en begon luid smakkend te kauwen op de taaie massa terwijl hij zei: ‘Gezellig hè.’
De klok sloeg half tien.
Met kordate hand schoof Buuv veertien steentjes mijn richting op. Terwijl ik ze lijdzaam op het plankje plaatste vroeg ze: ‘Koffie? Of liever wat sterkers?’
Ik ging maar voor het laatste. Dat zou de scherpe randjes van de avond afvijlen.
Waarom zat ik hier eigenlijk te Rummikuppen? Afgelopen week beklaagde ik mijzelf nog. Oudejaarsavond moest een mens niet alléén hoeven doorbrengen. Het was fout gegaan toen ik hardop begon te klagen tegen Buuv en nu zat ik dus hier een liefdadigheidsproject te zijn; normaal kwamen wij niet verder dan “Goedemiddag, lekker weertje hè”, maar vanavond had ik asiel gekregen, omdat het de laatste avond van 2016 was.
Harry schroefde de dop van een fles rode wijn, terwijl Buuv pinda’s in een bakje liet glijden. “Dat haalt het zure uit de wijn”, zei Kees van Kooten ooit, als ik het goed onthouden heb. Er werd een vol glas mijn richting opgeschoven.
‘Nou, proost dan maar.’ Harry hief het zijne omhoog en nam een stevige slok die gevolgd werd door een fikse hand pinda’s. Dat beloofde niet veel goeds.
‘Ik doe de hele avond met zo’n glas,’ zei Buuv terwijl ze die van haar tegen de mijne tikte. ‘Het is de overgang, hè.’ Ik kreeg een vette knipoog. Stilletjes bad ik dat het bij deze informatie zou blijven.
Het was zes over halftien.
Harry mocht beginnen want Harry had gewonnen.
We gingen tot de vijfhonderd, hadden ze gezegd.

Een mens kan niet zo eenzaam zijn dat drieënhalf uur Rummikub met de buren beter is dan oudejaarsavond in je eentje uitzitten voor de televisie. Tegen tienen ontstond er dan ook een plan in mijn hoofd. De punten die ik op mijn plankje overhield gingen naar de winnaar. Zo waren de spelregels, volgens Harry. 
Zuchtend staarde ik naar de achtendertig stenen die mijn plank én de tafel daarvoor vulden.
‘Kun je nu nog niet uit?’ Buuvs stem klonk argwanend.
Om haar gunstig te stemmen pakte ik zo’n tennisbalbol van de schaal en nam er een hap van. ‘Lekker!’ Ik hoopte dat mijn stem overtuigend genoeg klonk. ‘Jij bent, Harry.’
Het was elf minuten over tien.
Het probleem van steentjes vasthouden is dat uiteindelijk het hele spel blokkeert en dat dreigde te gebeuren. Schouderophalend pakte Harry een nieuwe steen.
‘Ik kan niks,’ zei hij nog ten overvloede.
Ook Tien greep een nieuwe van de stapel en nét wilde ik dan toch maar wat op tafel leggen om in ieder geval “de loop” erin te houden toen Buuv haar nek strekte zodat ze op mijn plankje kon kijken. Met een snelle beweging griste ze zo’n zesentwintig steentjes er vanaf en legde die op tafel.
‘Zo,’ haar stem klonk triomfantelijk. ‘Het is de wijn zeker?’ Haar hand bleef rusten op mijn arm.
Ik knikte braaf.
Harry schoof wat met de setjes die op tafel lagen en riep vervolgens: ‘Uit!’
‘Ze heeft nog maar eenendertig punten over, Har,’ riep Tien te luid. De man zat recht tegenover haar aan tafel. ‘Het is maar goed dat ik je heb geholpen, anders had hij er zo een paar honderd punten bijgekregen met die drie jokers die jij op dat plankje had staan.’
Nou, inderdaad! Fijn Tien!
‘Wijntje?’
Nog voor ik kon antwoorden stroomde het rode vocht mijn glas al in. Harry schonk voor zichzelf eveneens een bel vol terwijl Tien opnieuw de steentjes keerde.
De klok sloeg half elf.

Er zijn van die momenten waarop je achteraf beseft dat je op een kruispunt in je leven stond. Toen mijn nu ex-echtgenoot zichzelf plots hele avonden in zijn kantoor opsloot en ik op een dag meende zijn harde schrijf aan een grondig onderzoek te moeten onderwerpen; dat was zo’n kruispunt. Inmiddels is hij verloofd met de Thaise die hij op Tinder had leren kennen. Of die keer dat Sandra van mijn werk voor de zoveelste keer aan mij refereerde als ‘haar collegaatje’. Beide keren was ik er met een waarschuwing vanaf gekomen “wegens verzachtende omstandigheden”. Crime passionnel, noemen de Fransen het. Dat vind ik veel zachter klinken, bijna weemoedig.
‘Wel blijven opletten,’  hoorde ik Harry bulderen die net de houtkachel had bijgevuld met voorraad vanbuiten. De sneeuw had hij er in de woonkamer af staan schudden, waardoor er een plasje op hun plavuizen lag.
Pas toen viel het mij op dat Buuv haar stoel dichter bij mij had geschoven zodat ze permanent mee kon gluren op mijn plankje. Ik wierp een blik op de stenen en pakte toen een nieuwe van de stapel.
‘Ga je weer verzamelen, meid,’ zei Harry terwijl hij twee setjes op tafel legde om daarna in zijn handen te wrijven terwijl hij ‘Zo, dat heeft Harry weer mooi geflikt,’ zei.
Tien kwam half overeind en begon omstandig haar eigen plank te legen. Harry greep de laatste oliebol van de schaal. Een treurig plasje oude olie bleef liggen, er dreven wat klonters suiker in.
‘Zal ik er nog een paar warm maken?’ Buuv stond direct op, alsof de vraag retorische bedoeld was.
‘Nou?’ Harry keek mij verwachtingsvol aan terwijl hij met zijn hoofd naar mijn plankje knikte.
Met tegenzin legde ik wat neer. Niet te veel. Voldoende om uit te mogen komen, voldoende om het spel niet dood te leggen en voldoende om Buuv tevreden te houden. Maar vooral voldoende om Harry met sneltreinvaart naar de vijfhonderd punten te duwen. Misschien konden we daarna nog even naar Claudia de Breijs oudejaarsconference kijken.
Buuv stond in de keuken te schutteren met oliebollen. Voorzichtig duwde ik haar stoel met mijn voet een beetje weg.
‘Kijk.’ Blij schoof Harry een vierde dertien tegen het rijtje dat ik zojuist had uitgelegd.
Het was negen minuten voor elf.
De magnetron zei “ping” en Buuv schoof met een warm bord bollen weer aan tafel. Haar Harry griste er onmiddellijk eentje van de schaal af en zette zijn tanden erin. Terwijl hij omstandig kauwde vielen er stukjes oliebol tussen zijn lippen vandaan. Ik schoof mijn plankje zo opzij dat Buuv niet meer kon meekijken tenzij ze opstond en aan mijn andere kant ging staan.
Toen het mijn beurt was, pakte ik gedachteloos een steentje van de stapel dichte steentjes en legde die al even gedachteloos voor mijn volle plankje op tafel.
‘Ja, kijk, dat geloof ik nou dus niet,’ begon Buuv.
Ze trok mijn plankje naar zich toe. De stenen vielen eraf. Met vlugge vingers legde ze opnieuw mijn verzameling op tafel. Haar in een legging gestoken been drukte ze tegen het mijne.
‘Nou jij weer, Har,’ zei Buuv terwijl ze mijn plankje met slechts vijf resterende Rummikubstenen weer voor mijn neus plaatste.
De klok sloeg elf uur.
‘Uit,’ zei Harry.
Opnieuw werden de stenen gekeerd en mijn hersenen maakten kortsluiting. Op dat moment had ik van alles kunnen doen. Ik had op kunnen staan, een hoofdpijn kunnen veinzen of desnoods een opvlieger, om maar eens bij Tiens problemen aan te sluiten. Maar ik deed niets.
‘Gezellig zo, toch?’  vroeg Harry. ‘Beter dan alleen thuiszitten!’ Onder de tafel kroop zijn voet langs mijn kuit omhoog. Even dacht ik dat het stel een kat had totdat ik beneden mij Harry’s geruite sok richting mijn kruis zag gaan. Geschrokken schoof ik met mijn stoel achteruit.
‘O, is het weer zover?’ zei Tien. ‘Ophouden, Har. Niet iedereen is daarvan gediend. Wij zijn swingers moet je weten.’ Dat laatste was voor mij bedoeld en precies het soort informatie dat ik niet wilde krijgen en eerlijk gezegd, ik kon mij er ook geen voorstelling van maken. Harry’s in geruite sokken gestoken voeten met daarboven zijn melkwitte behaarde benen waren net zo sexy als de teckel van de andere buren en Tien d’r legging riep allerlei gedachten in mij op, maar geen daarvan had ook maar iets erotisch.
‘Hier.’
Veertien omgekeerde steentjes werden mijn richting opgeschoven. Zonder het te vragen schonk Harry mijn glas nog een keer vol.
‘Even dollen kan toch geen kwaad,’ zei hij met een knipoog.
Wat deed ik hier?
Het was zestien minuten over elf.
Kakelend zetten mijn buren hun steentjes weer op de plank, lethargisch keek ik naar de mijne. Ze zouden toch niet serieus tot twaalven willen Rummikuppen?
Ongevraagd plaatste Buuv onze plankjes tegen elkaar, alsof we verkering hadden. ‘Ik kijk wel met je mee.’ Dat was haar enige opmerking erover.
‘Nog honderdtachtig puntjes en dan is ome Harry klaar!’ Handenwrijvend  keek hij mij aan.
Dat moet toch in één partij te doen zijn, dacht ik. Dan lig ik nog voor twaalven tussen de warme dekens.
‘En krijg nou tieten!’ Harry legde onmiddellijk twee setjes neer. ‘Ik zit hier heel alleen kerstfeest te vieren…’ Zong hij luidkeels.
‘Wij spelen samen,’ zei Buuv tegen me terwijl ze van alles neerlegde.
Het was twee minuten voor half twaalf en ineens was ik er klaar mee. Niets in mijn lijf was bereid 2017 te starten na een avond Rummikuppen met Harry en Tien. Abrupt stond ik op.
‘Ik moet frisse lucht hebben.’ Rap beende ik de kamer uit. Dan maar een burenruzie, maar ik ging naar huis. Eenmaal buiten constateerde ik dat mijn jas nog aan de kapstok hing, met de huissleutel in de binnenzak. Zuchtend keerde ik me om en botste tegen Harry aan die me achterna was gekomen. Hij duwde twee blokken besneeuwd hout in mijn handen.
‘Help eens even.’ Zelf bukte hij om nog meer van de stapel te pakken en ik staarde in de gleuf tussen zijn billen waaruit licht krullende, bruine haartjes tevoorschijn kwamen. De buitenverlichting van “Har” en “Tien” loog er niet om. Terwijl Harry zijn armen vulde, ontwaarde ik onder de overkapping een kettingzaag.
‘Hup, naar binnen.’
Mijn buurman gaf me een zacht knietje tegen mijn billen, zonder morren volgde ik zijn orders. Waarom eigenlijk?
De klok op de schoorsteenmantel sloeg half twaalf. In de verte hoorde ik vuurwerk knallen. Er hing kruitdamp in de lucht.
Eenmaal binnen leegde ik mijn handen, net als Harry die onmiddellijk de kachel vulde met de nieuwe voorraad. Buuv had alle steentjes alweer klaarliggen en verdeeld in drie keer veertien en een stapeltje om vanaf te pakken als je niets kon uitleggen.
‘Harry gaat winnen!’ zei Harry en hij legde een rijtje van vier op tafel.
Waarom sprak die man constant in de derde persoon enkelvoud over zichzelf?
‘Ik stop ermee,’ zei ik.
‘Net nu Harry op winst staat? Dat dacht ik niet. Kom op Tien, jij bent.’ Ook Buuv legde uit.
Ik kwam overeind.
‘Zitten.’ Tien trok me aan mijn onderarm de stoel weer in. ’Hij heeft gelijk, het is niet netjes om halverwege een spelletje weg te lopen. Kun je uit?’
Voor mij zag ik geen plankje met Rummikubsteentjes staan. Nee, voor mij zag ik een kettingzaag met een laagje sneeuw erop liggen. Achter in een overmatig verlichte tuin. In de verte hoorde ik vuurwerkgeknal aanzwellen en ik stond op.
‘Maar ik moet even naar de wc,’ zei ik rustig.
‘Ja, dat moet je zelf doen.’ Buuv schoof mijn plankje wat meer in haar zicht en ging aan de slag.
Terwijl ik de wc passeerde en naar buiten liep, bad ik dat drie-en-een-half-uur verplicht Rummikuppen ook verzachtende omstandigheden zouden zijn voor het Openbaar Ministerie.
Over drieëntwintig minuten was het 2017.


De eerste column van Melissa Skaye

Of ik een blog wil schrijven voor Thrillerlezers. Niet eenmalig, maar maandelijks. Nou, in eerste instantie dacht ik: hoe interessant is dat voor lezers? Heb ik wel iets te melden? ‘Natuurlijk heb je dat,’ werd mij gezegd. Even nadenken en ja, het lijkt me wel leuk in mijn eerste blog te beschrijven hoe ik ooit besmet ben geraakt met het schrijfvirus. Pas op, dat kan jou ook ineens overkomen ;-)
Officieel heet ik Melissa Bielsma-Schaaij, maar mijn auteursnaam is Melissa Skaye. Geboren op 4-4-1972 (reken zelf maar uit hoe oud ik ben) geboren in Amsterdam, en vanaf mijn dertiende jaar woonachtig in Hoorn. Sinds 2-6-1995 getrouwd met Roger (spreek je uit als Rochee, maar iedereen noemt hem Roos) die een klusbedrijf heeft: De Kleine Klussenbus. Onze twintigjarige zoon heet Kylian en dochter Savenna is zestien. We hebben twee witte katten (joh, die heb je vast nog nooit op Facebook gezien): Toby en Bobby. De heren zijn twee jaar, Toby is doof en trouwens ook dik, maar het is dan ook echt onze theemuts, Bobby is een Maine Coone met een bruin en een blauw oog en een fantastische pluimstaart. Knappe kerels, vinden wij. Vissen hebben we trouwens ook, in de vijver. Enorme joekels! Sinds kort één minder (ben daar nog ziek van) want een reiger wist onze beveiliging te omzeilen. Ik heb het dier vervloekt, maar houd het er maar op dat hij heel hongerig was. Vergeven kan ik hem niet, want hij vloog er vandoor met mijn lievelingsvis! Van al die vissen moest hij net de mooiste pakken. ‘Slik die drol nu maar door,’ wordt er wel eens tegen mij gezegd. Moet daar nu, tijdens het typen, even aan denken. Ik zal het proberen.
Goed, een blog. Over mij. Het schrijven en hoe dat begon. In 2006 wilde ik niet alleen een fervent lezer zijn, het leek me geweldig zelf te schrijven. Nu ben ik Miep Onzekerheid dus ik begon niet meteen. Ik moest sowieso eerst nog zien uit te vinden hoe Word werkte. (Really? Ja, really!) En heb ik op school ontzettend hard mijn best gedaan tijdens Nederlands? Nee, niet bepaald. School vond ik wel gezellig omdat ik in een leuke klas zat, maar belangrijker waren de zaken die in de tijd na het laatste uur aan de beurt kwamen. Mijn pony Pretnes bijvoorbeeld, waar ik actief mee trainde voor allerlei wedstrijden. Afspraken met vriendinnen (die ook allemaal een eigen pony hadden) en de zalige liefdevolle omgeving van mijn ouderlijk huis. Daar was het toch veel fijner om te zijn dan in een klaslokaal waar de leraar Nederlands met zijn voeten op tafel zat en een shaggie rookte? Serieus, ik heb het over een lange tijd geleden, maar hij rookte in het klaslokaal. Hele discussies werden gevoerd, maar daar ging hij – lekker dwarsliggen – alleen maar meer shagjes van rollen. Misschien ook omdat een van mijn klasgenoten hem een oude rukker noemde?
Goed, 2006 dus. Mijn gezin heeft het hart op de tong, dus er werd aan tafel besproken wat mijn plan was. Daarop kwam de onvermijdelijke vraag waarom ik nog niet was begonnen. Ik liet weten dat dat was omdat ik dacht het niet te kunnen. Volgens mijn man kon ik dat pas zeker weten wanneer ik eerst maar eens zou beginnen. Daar had hij een punt. De dag erop dook ik achter zijn computer (ik had er zelf toen nog geen), vroeg waar Word zat en hoe dat werkte, en ging maar eens beginnen.
Als ik teruglees wat ik toen schreef, kun je me opvegen. Het was werkelijk verschrikkelijk. Rokende leerkracht of niet, ik had toch echt weleens beter mogen opletten! Ik had een vriendin die destijds wél oplette tijdens de les en zij las wat stukjes. Ze vond het heel erg leuk, maar: ze zag wel wat taalkundige foutjes. Ik denk dat ze gewoon aardig wilde zijn, want het was wel iets meer dan dat. Gelukkig ben je nooit te oud om te leren en diverse manuscripten gingen eerst langs een manuscriptbureau voor ik me eens verdiepte in de wereld van uitgevers. Dat was het begin van flinke uitgaven voor mijn nieuwe hobby. Ja, zo’n bureau doet het niet voor niets. Maar bij elk rapport groeide mijn drive. En in 2007 had ik een manuscript klaar. Deel 1 van de Fantasyreeks Jeremy Jago.
Ach, terugkijkend moet ik erg om mezelf lachen. Ik wist van toeten noch blazen voor wat betreft de boekenwereld. Duh, natuurlijk was het manuscript niet goed genoeg om uitgegeven te worden, ik geef dat grif toe. Dat geleur met een manuscript vond ik eigenlijk ook niets, dus toen mijn moeder het advies gaf het zelf uit te geven, noemde ik dat een fantastisch idee. Onbezonnen dook ik erin, deed gewoon maar wat en vond het wel grappig. Zo belandde ik in de wereld van alles zelf doen, vond een drukkerij, iemand die het omslag regelde en hoppa: daar was mijn boek.
Ik houd het maar op mijn enthousiasme, maar een groot succes werd het niet. Nee, nogal logisch, het roer moest om en ik moest het anders aanpakken. Ik startte uitgeverij De Omslag. Die naam sloeg echt op mijn eigen verandering in het leven, iets dat ik vaak moest uitleggen als iemand zei dat het toch Het omslag moest zijn.
Deel 1 herschreef ik, kreeg meteen een andere omslag, deel 2 erachteraan. Goh, ik nam zelfs andere auteurs onder mijn hoede, maar ik verkeek me er gruwelijk op. Wat kost het veel geld, lieve mensen, een uitgeverij! Hulde aan elke held die een uitgeverij begint en nog succes heeft ook! Ik zal kort zijn over de vier jaar waarin ik mijn best deed: het was gewoon niet mijn ding. Ik ben niet hard en zakelijk, ik bezit geen olifantenhuid en trouwens, liggende gelden heb ik ook niet en het kost allemaal wat. Ook al wilde ik ermee stoppen, ik kon de auteurs die op mij vertrouwden niet in de kou laten staan. Om aan te geven dat ik niet alles fout deed: een van de auteurs bracht het toch maar mooi tot een 2e druk. Toch wel stoer.
Ik sliep er niet van, want wat moest ik nou? Toen raakte ik in gesprek met Jos Weijmer, van uitgeverij Zilverspoor. Ik kende Jos van diverse Fantasybeurzen en ik besprak mijn zorg met hem. Geen idee wie me waar dan ook zo gunstig gezind was, maar Jos zag er wel iets in om Jeremy Jago over te nemen. Dan moesten de twee delen die ik had uitgebracht wel herschreven, iets dat ik geen enkel probleem vond. De andere auteurs vonden ook een veilige thuishaven bij Zilverspoor. Ik geloof dat ik naderhand zelfs in mijn slaap lag te glimlachen. Ik zal Jos mijn hele leven zo dankbaar blijven. Inmiddels heeft Jeremy Jago 4 delen en is daarmee afgerond. Deel 4, De erfenis van Lotus, is opgedragen aan Jos, die in april 2015 plotseling overleed. Jeremy zal voor mij altijd bijzonder blijven: met hem begon mijn schrijven, mijn enorme leerschool, maar door Jos heb ik de reeks kunnen afronden. In de volksmond zeggen we JJ, maar in mijn hart is het JJJ.
De wijze waarop de VT-thrillerreeks in mijn leven kwam, is ook niet gemakkelijk en normaal te noemen. Volgens mij gaat bij mij niets gewoon. Geeft niet, als je een doel in je hoofd hebt en een beetje doorzet, kom je er ook wel. Daar vertel ik in het volgende blog over! En soms, heel soms, vraag ik me af wat de leerkracht Nederlands zou zeggen als hij hoort dat ik boeken schrijf. Wat hij voor zich zal zien is een meisje met belachelijk hoog opgetiste haren, bladerend in een agenda vol plaatjes, hartjes en de naam van een jongen waar ze op dat moment verliefd op was. (andere namen doorgekrast) Glurend in een spiegeltje in de agenda om te zien of de make-up nog goed zat. Een meisje dat teveel kletste en lachte, maar bovenal een meisje dat niet echt oplette. ‘Melissa, het wordt niets met je als je niet luistert en niet oplet,’ zei hij meer dan eens. ‘Hoe moet je nu ooit een knappe brief schrijven als je je eigen taal niet goed beheerst?’ Ik zou nu graag tegen hem willen zeggen: ‘Ik zal mijn hele schrijfleven een redacteur nodig hebben, maar ik heb het toch niet zo heel beroerd gedaan, oude rukker, eh … roker!’ 

Melissa